Nieuwsarchief

 

Tien basisprincipes voor onderzoek bij meerjarige innovatieprojecten

01. Start tijdig met onderzoek

02. Schakel docenten in

03. Gebruik meerdere onderzoeksmethoden en –technieken

04. Denk goed na over de onderzoeksvragen

05. Vraag leerlingen om hun mening

06. Leer van anderen

07. Zoek versterking waar nodig

08. Benut sociale media

09. Zorg voor borging

10. Benut onderzoeksresultaten om bij te sturen

1. Start tijdig met onderzoek

Een projectleider die halverwege of zelfs aan het einde van het project tot de ontdekking komt dat er 'nog iets met onderzoek moet gebeuren'. Het is in de praktijk van het beroepsonderwijs helaas geen uitzondering. Het besef dat onderzoek een vanzelfsprekende plek binnen innovatieprojecten moet innemen is in onze sector nog niet breed geworteld.

Organiseer bij aanvang van het project het onderzoek en bepaal het passende onderzoeksdesign. Zonder nulmeting is het lastig effecten van innovatie vast te stellen.

2. Schakel docenten in

In de meeste innovatieprojecten vervullen docenten een sleutelrol. Voor het slagen van innovatie is draagvlak en betrokkenheid van deze actoren dan ook van cruciaal belang. Dat geldt ook voor het onderzoek van de innovatie. Veel innovatieprojecten zijn topdown en via een financiële prikkel geïnitieerd. Juist dan is het belangrijk dat docenten zich mede-eigenaar van het project en onderzoek voelen. De praktijk leert dat projecten waarin docenten actief deelnemen aan het onderzoek, de innovatie succesvoller is, resultaten na afloop van het project beter zijn geborgd en docenten ook enthousiaster zijn over de innovatie.

Het verdient aanbeveling docenten niet alleen te zien als object van de effectmeting, maar ze ook regie te laten voeren over hun eigen onderzoek. Dit kan met behulp van actieonderzoek of ontwerpgericht onderzoek, dat aansluit bij de wensen, ambitie en cultuur  van docenten(teams). Bij het actieonderzoek of ontwerpgerichte onderzoek kunnen verschillende technieken en onderzoeksinstrumenten worden gebruikt.  

3. Gebruik meerdere onderzoeksmethoden en -technieken

Onderwijsinnovaties zijn geen laboratiumexperimenten waarin je omstandigheden kunt controleren. Gevonden effecten, bepaald via nulmetingen en vervolgmetingen, kunnen slechts voor een deel worden verklaard door de uitgevoerde innovatie. Meestal is het mogelijk noch wenselijk om te werken met experimentele groepen (‘ondergaan’ innovatie) en controlegroepen (‘ondergaan’ de innovatie niet). Bovendien is het meestal moeilijk de innovatie scherp en goed naar tijd en inhoud te markeren. Tot slot heb je bij praktijkgericht onderwijsonderzoek te maken met verschillende soort meetfouten.

Om goed zicht te krijgen op de effecten van de innovatie is het raadzaam naast kwantitatieve onderzoeksmethoden (vragenlijsten, meting van kernindicatoren) ook gebruik te maken van kwalitatieve onderzoeksmethoden. Op die manier kunnen de uitkomsten van het kwantitatieve onderzoek worden genuanceerd en verdiept. Vaak kan met behulp van kwalitatief onderzoek ook meer ‘kleur’ worden gegeven. Voorbeelden van kwalitatief onderzoek zijn interviews, groepsinterviews, documentanalyses en observaties.

4. Denk goed na over de onderzoeksvragen

Veel fouten die bij onderzoeken worden gemaakt zijn te herleiden tot een verkeerde start. Als je immers met een verkeerde vraag begint kun je nooit een goed antwoord krijgen op wat je eigenlijk had willen weten. Vaak zijn onderzoeksvragen te algemeen geformuleerd, niet specifiek genoeg, normatief, niet meetbaar of er is domweg niet goed over nagedacht. Het bepalen van de onderzoeksvragen wordt voorafgegaan door een gedegen verkenning, dat eventueel ook een literatuurstudie omvat. Als de onderzoeksvraag eenmaal bepaald is, kan vervolgens een passende opzet en uitvoering van het onderzoek worden bepaald.

Kortom: het loont de moeite om goed en uitgebreid stil te staan bij het bepalen van de onderzoeksvraag. Wees ook als opdrachtgever kritisch in deze fase!.

5. Vraag leerlingen om hun mening!

Direct of indirect hebben alle onderwijsinnovaties het doel het onderwijs aan leerlingen te verbeteren. Het ligt dan ook voor de hand om leerlingen te vragen naar hun ervaringen en opvattingen. Hoe vanzelfsprekend dit ook klinkt, nog steeds verschijnen onderzoeksverslagen waarin de bevindingen van leerlingen volledig buiten beschouwing zijn gelaten. Vaak gebeurt dat onbewust. Nog erger is als het onderzoek onder leerlingen welbewust niet is uitgevoerd, onder het mom van  “we weten heus wel wat het effect is op leerlingen”.

Vraag leerlingen systematisch en regelmatig naar hun ervaringen. Weten is meten. Leerlingen kunnen meestal uitstekend verwoorden wat ze ergens van vinden.

6. Leer van anderen

Natuurlijk moet je ook proefondervindelijk innovatieactiviteiten uitproberen en moet er ruimte zijn om fouten te maken. ‘Onze situatie is echt uniek’, hoor je ook vaak zeggen. Dit vormt echter allemaal geen enkele reden om niet te leren van ervaringen met innovatie elders. Vrijwel geen innovatieproject is zo specifiek dat geen vergelijkbare ervaringen zijn opgedaan. Je hoeft het wiel echt niet elke keer opnieuw uit te vinden.

Leer van anderen. Voordat je van start gaat met innovatie en ook gedurende het traject. Een telefoontje met een andere projectleider, een middag op werkbezoek, raadplegen van relevante sociale media of websites met goede voorbeelden of bestuderen van literatuur. Het hoeft echt allemaal niet zo tijdrovend te zijn en betaalt zich uiteindelijk dubbel en dwars uit om te leren van elkaar.

7. Zoek versterking waar nodig

Een kenmerk van professionele organisaties is dat ze activiteiten uitbesteden waar ze zelf niet de expertise voor in huis hebben en/of een onafhankelijke mening nodig hebben. Het is natuurlijk helemaal niet verkeerd kritisch te zijn als het gaat om het inhuren van externe professionals. Bij grote innovatieprojecten met complexe problematiek waarbij veel partijen betrokken zijn is het echter geen overbodige luxe om de blik naar buiten te richten.

Maak een goede scan van de sterke en zwakke eigenschappen van de eigen (project)organisatie. Bepaal vervolgens op welke onderdelen ondersteuning nodig is. Zorg ook voor voldoende kritische massa, maar heb daarbij voldoende oog voor de positieve kracht van medewerkers en samenwerkingspartners. Voor een toelichting op dat laatste, zie een eerder nieuwsbericht over de superpromotor

8. Benut sociale media

Zeker niet iedereen’s ding, maar de mogelijkheden en het aantal gebruikers van sociale media blijven groeien, niet alleen onder jonge mensen. Het loont de moeite eens te verkennen welke digitale hulpmiddelen er zijn om kennis uit te wisselen en te managen. Sociale media kunnen ook helpen bij het versterken van de organisatiecultuur, de samenwerking tussen projectpartners verbeteren en worden ingezet voor pr. Zoek de tools die passen bij je eigen voorkeuren en mogelijkheden. 

Herken de potentie van sociale media en maak hier met gezond verstand gebruik van. Klik hier om naar een vorig nieuwsbericht over sociale media in het (beroeps)onderwijs te gaan.

9. Zorg voor borging·

Onderzoek werpt uiteindelijk echt zijn vruchten af als ook na afloop van het project onderzoek en reflectie wordt ingezet als vast onderdeel van de bedrijfsvoering en projectmanagement. Dat betekent dat onderzoeker en opdrachtgever oog moeten hebben voor de post-project periode. De onderzoeker kan adviezen geven over het gebruik van de tijdens het project ontwikkelde instrumenten, het inbouwen van onderzoeksaspecten bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid en het versterken van een onderzoekende houding bij management en docenten(teams).   

Sta bewust stil bij de verduurzaming van het onderzoek en de borging van de uitkomsten van het onderzoek. 

10. Benut onderzoeksresultaten om bij te sturen

Tot slot: een goed onderzoek garandeert nog niet automatisch dat de uitkomsten ook worden gebruikt. We kennen allemaal voorbeelden van onderzoeksrapporten die in een diepe lade verdwijnen. Dat kan verschillende oorzaken hebben. De uitkomsten kunnen slecht uitkomen, de onderzoeksvragen waren niet scherp genoeg, urgentiebesef ontbrak om wat voor reden dan ook of de kwaliteit van het onderzoek was onvoldoende. Voorkom frustratie en bespreek de voortgang en uitvoering van het onderzoek in een open cultuur.

Markeer bewust momenten om te reflecteren over het onderzoek en de uitkomsten die het oplevert.. Bij aanvang over de opzet van het onderzoek en de onderzoeksvragen en tussentijds en aan het einde van het project over de uitkomsten. 

 
Website-homepage_contact