Nieuwsarchief
Onderwijsagenda (2)

14/05 Onderwijsagenda de Volkskrant (2)

De Volkskrant besteedt in de eerste helft van 2010 via artikelen, een website en debatten aandacht aan zes onderwijsthema's. Verslaggevers gaan met behulp van lezers en een panel ,et experts op zoek naar mogelijke oplossingen voor de grootste problemen.In het eerste artikel over de onderwijsagenda van de Volkskrant (19 maart) zijn de opbrengsten van de discussie over de arbeidsvoorwaarden van docenten aan de orde geweest. Dit nieuwsbericht gaat in op twee volgende thema's van de onderwijsagenda: maatwerk in het onderwijs en het ontwikkelen van talenten. Bij maatwerk gaat het om de vraag op welke wijze het onderwijs recht kan doen aan de diversiteit. Het vraagstuk met betrekking tot het ontwikkelen van talenten hangt hier mee samen.

Maatwerk

 De vraag bij het afsluitend debat over dit thema was hoe het onderwijs er in kan slagen dusdanig maatwerk te leveren dat recht wordt gedaan aan alle diversiteit in de klas.Ex-LAKS-voorman Sywert van Lienden wees vooral op de niveauverschillen in de middelbare schoolklas. Doordat je maar een enkele onvoldoende mag halen, kiest iedere leerling voor het niveau van zijn slechtste vak. ‘Dat betekent een enorme onderbenutting van talent in al die andere vakken’, vond Van Lienden, die bepleit dat een leerling elk vak op het hoogst haalbare niveau zou moeten volgen: havo-wiskunde dus naast vwo-Frans.‘Met scholengemeenschappen zoals die in Nederland is dat realiseerbaar’, zei Van Lienden. ‘Bovendien geef je zo kinderen met een taalachterstand meer kansen.’

Om precies hetzelfde te bewerkstellingen betoogde Jeroen Slot van het Amsterdamse bureau voor Onderzoek en Statistiek juist dat je binnen scholen meer eenheidsworst moet nastreven. Of liever gezegd: die ís er al. Stel je er dus op in door voor beide soorten onderwijspubliek de best mogelijke scholen te vestigen. ‘Er wordt vaak gesproken over een ideale verdeling van 30 procent achterstandsleerlingen en 70 procent anderen, maar die is niet zaligmakend’, zegt Slot. ‘En heb je het bij die verdeling over de klas, een afdeling, een school?

Directeur Rick Matser van basisschool Veerezon in Zwolle zet juist in op persoonlijke leerarrangementen. Maar, klonk het vanuit de zaal, als je zo focust op individuele verschillen, verlies je dan niet de sociale functie in de klas? ‘Want als je pubers vraagt waarom ze nog naar school willen, is dat om elkaar te ontmoeten. ’Maatwerk dus, maar met mate. Een orthopedagoge in Amsterdam-Geuzenveld vroeg zich hardop af hoeveel maatwerk voor die kinderen zelf goed is. ‘Ze hebben juist behoefte aan duidelijkheid, structuur en discipline.’

Vooral de leerkrachten op de steile tribunes dachten in dezelfde richting: ‘Waarom zou ik leerlingen meertalig onderwijs aanbieden, als ze het Nederlands niet eens beheersen’, zei een economieleraar. Een collega zag als grootste uitdaging haar leerlingen bij te brengen een stuk van drie kantjes in goed Nederlands te schrijven. ‘Je kunt wel een huis met een mooi dak bouwen, maar zorg toch vooral dat het fundament goed is.’Maar, verzuchtte een wiskundeleraar vertwijfeld, nu weet ik nóg niet hoe ik al die leerlingen met ADHD, dyslexie, PDD-NOS, et cetera, het beste bedien. ‘Ik voel daar een groot onvermogen in.’

Na twee uur debat bleef de indruk achter dat de mogelijkheden voor maatwerk net zo veelkleurig zijn als de onderwijsdoelgroepen. Maar misschien is dat juist wel een zegen, betoogde Van Lienden: ‘De beste aanpak werkt altijd alleen lokaal, die kun je niet landelijk opleggen. Oplossingen kun je niet standaardiseren. Zorg dat de basis goed is, maar laat verder zo veel mogelijk ruimte voor verschillen.’

Op de website van de onderwijsagenda geven het expert van deskundigen vier mogelijkheden/oplossingen voor het realiseren van maatwerk. De titels zijn:
- 'ruimte, rust en warm licht in de klas van de toekomst' (inclusief video);
- 'flexibele school zoekt leerlingen';
- 'les in cultuur? wees scherp';
- 'de triple A-school naast de Club Med school'

Klik hier voor het videoverslag van het debat, meer informatie over het thema maatwerk van de onderwijsagenda en de aangedragen oplossingen.


Ontwikkelen van talenten

 Bij dit thema komen in de onderwijsagenda met name twee vraagstukken aan bod: verschillen tussen jongens en meisjes en hoe kan de schooluitval van mbo'ers worden verminderd?

In een groot artikel in de Volkskrant van 11 mei geeft onderwijsadviseur Fred Carduck van Amarantis onderwijsgroep (Amsterdam) zijn mening over oorzaak en aanpak van het voortijdig schoolverlaten (vsv). Als grootste oorzaak van vsv ziet Carduck de slechte aansluiting tussen het vmbo en mbo. Daarin is hij overigens niet de enige, in veel verkiezingsprogramma's wordt aandacht aan dit onderwerp besteed. VM-2 is in dit verband het codewoord, vmbo en mbo onder één dak, met doorlopende programmering en vaak herkenbare contactpersonen (gedurende het hele VM-2 traject dezelfde docenten en onderwijsaanpak). Een belangrijke succesfactor is dan de mate waarin docenten(teams) er in slagen met elkaar samen te werken. In het artikel komen ook vier leerlingenen uitgebreid aan het woord.

In het afsluitende themadebat (11 mei in Nijmegen) en een artikel in de Volkskrant van 14 mei staan de verschillen tussen jongens en meisjes centraal. Grootste probleem bij jongens is dat ze vaak minder presteren dan ze kunnen. Bij meisjes speelt dat ze vaak  onvoldoende zelfvertrouwen hebben om te kiezen voor een exact vakkenpakket. Meest interessante/opvallende oplossingen:
- minder werkstukken en minder reflectie voor jongens op de middelbare school (Joost van Rijn, rector scholengemeenschap Lek en Linge);
- jongens laten leren door trial-and-error en meisjes door stap-voorstap-leren
(Joost van Rijn);
- het is belangrijk de verschillen tussen jongens en meisjes te kennen maar niet te benadrukken wanr dat werk verschillen juist in de hand (hersenwetenschapper Lydia Krabbendam).

Op de website van de onderwijsagenda bevat meer interessant informatie over dit thema. Zie bijvoorbeeld een interview met neuroloogpsycholoog Jelle Jolles die pleit voor het gebruik van wetenschappelijke inzichten over de neuropsychologische ontwikkeling van kinderen, zoals de kennis over de verschillen tussen jongens en meisjes.  Klik hier voor dat interview.

 


Artikelen in de Volkskrant van dinsdag 16 en donderdag 18 maart

Zeker in het (voortgezet) middelbaar beroepsonderwijs staat de positie van de docent door de invoering van het competentiegerichte onderwijs, toenemende zorgproblematiek en regeldruk flink in de belangstelling. Het imago van het docentenvak is de afgelopen jaren niet gestegen en in verschillende regio’s is sprake van een groot tekort aan docenten. Eén van de mogelijkheden om het beroep van docent aantrekkelijker te maken is – naast het vergroten van professionele ruimte – het verbeteren van arbeidsvoorwaarden.

In twee artikelen in deVolkskrant gaat het met name over prestatiebeloning voor docententeams. Klopt de constatering dat prestatiebeloning één van de beste manieren is om betere docenten te krijgen? In het algemeen wordt het instrument van prestatiebeloning nog weinig gebruikt in het onderwijs. Het artikel van 16 maart laat de ervaring van twee scholen zien. Bij het College voor Beroepsonderwijs in Purmerend en op het Koning Willem I College in Den Bosch is geëxperimenteerd met variabele beloning. In Purmerend met succes, terwijl in Den Bosch weinig vertrouwen is in prestatiebeloning.

Op het College voor Beroepsonderwijs waren docenten niet alleen blij met het financieel extraatje, maar zagen ze dat ook duidelijk als blijk van waardering voor het werk. Het bestuur zag de voordelen van sturen op resultaten in beter presterende teams en een betere reflectie. Bij het Willem I college zag men ook de theoretische voordelen van teambeloning, maar bleek het in de praktijk niet erg transparant en is de medezeggenschapsraad bang voor willekeur. Mogelijke gevaren van teambeloning zijn docenten die onder druk komen te staan en een slechte sfeer in docententeams ontstaat. Tot slot is het lastig om vast te stellen of betere resultaten (de targets van docententeams) zijn gerealiseerd door het beter functioneren van teams. Die betere resultaten kunnen bijvoorbeeld ook bereikt worden door examens makkelijker te maken of door zwakke deelnemers niet toe te laten tot de opleiding.

Naar de mogelijkheden van en ervaringen met teambeloning is nog weinig onderzoek gedaan. Het artikel van 18 maart gaat in op het onderzoek dat door het IVA en CINOP is uitgevoerd. Als kritische succesfactoren worden genoemd: (1) betrokkenheid en steun vanuit de teams zelf, (2) korte overzichtelijke looptijd , (3) betrokkenheid en steun/middelen van het management,  (4) duidelijke en realistische afspraken en (5) koppeling van de teambeloning aan individuele beloningen.


Verdieping op de website http://www.deonderwijsagenda.nl/.

Op de website komen ook andere aspecten van arbeidsvoorwaarden van de docenten aan de orde (zie onder 1 en 2). Er zijn tot dusver drie mogelijke oplossingen gegeven voor het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden.  Op een later moment volgen nog twee mogelijke oplossingen.

  1. Meer professionele ruimte voor docententeams. Zie reacties van docenten en andere betrokkenen op http://www.deonderwijsagenda.nl/?p=238.
  2. Docenten bepalen zelf de vakantieperiode. Zie reacties van docenten en andere betrokkenen op http://www.deonderwijsagenda.nl/?p=311.
  3. Bonussen voor docenten. Zie reacties van docenten en andere betrokkenen op http://www.deonderwijsagenda.nl/?p=316.

 

 Donderdag 28 maart vindt in de Geertekerk in Utrecht een (afsluitend) debat over het thema ‘arbeidsvoorwaarden docenten’ plaats. Inleiders zijn Ronald Plasterk en Wim Groot.

 
Website-homepage_contact