Nieuwsarchief
Interessante publicaties

26/5 Interessante publicaties

Uit de grote stroom met onderzoeksrapporten over het beroepsonderwijs die de afgelopen periode verschenen licht kijk op beroepsonderwijs een tweetal interessante publicaties uit.  De eerste is de handreiking samenwerking arbeidsmarkt - mbo, een rapport van Berenschot met tips en adviezen over de versterking van bestuurlijke samenwerking, betere benutting van de regionale arbeidsmarktinformatie (om te weten welke opleidingen nodig zijn) en de aansluitting tussen verschillende beroepsgroepen en de gewenste mbo-opleidingen. Het rapport werd eind vorige week werd aangeboden aan staatssecretaris Marja van Bijsterveld en Jan van Zijl, vooriztter van de MBO Raad. De tweede publicatie betreft Ruimte, regels en beroepsonderwijs, een brede verkenning van de geschiedenis van het mbo, de hoofdlijnen van de wet- en regelgeving. Deze publicatie, geschreven door Renée van Schoonhoven, zet aan tot gedachtevorming en discussie over de functie van het beroepsonderwijs in ons onderwijsbestel. Overigens heeft Marja van Bijsterveld een onderzoek aangekondigd naar de bestuurbaarheid van mbo-scholen. Zeker met de verkiezingen voor de deur is dat een onderzoek waar met spanning naar uitgekeken kan worden. Zodra meer informatie over dit onderzoek bekend is, vindt u dat op deze website.

   

Ruimte, regels en beroepsonderwijs

De verkenning is erop gericht de belangrijkste onderwijsrechtelijke vraagstukken te identificeren die nu en op middellange termijn spelen ten aanzien van het beroepsonderwijs en om op grond daarvan te komen tot een onderzoeksprogramma. De verkenning gaat dan ook uit van vier kernvragen:
1. Hoe wordt het publieke bestel van beroepsonderwijs nu gereguleerd?
2. Wat zijn de belangrijkste beleidsontwikkelingen in het beroeponderwijs?
3. Voor welke onderwijsrechtelijke vraagstukken ziet het beroepsonderwijs zich de komende tijd gesteld?
4. Wat zijn de belangrijkste elementen van een onderzoeksprogramma waarmee een aanzet gegeven kan worden tot nadere bestudering van deze vraagstukken?

Het rapport begint met een beknopte schets van de wetgevingshistorie die het beroepsonderwijs kenmerkt. In de volgende hoofdstukken komen achtereenvolgens de bovenstaande kernvragen aan de orde. De auteur heeft gebruik gemaakt van de kenns van een groot aantal  experts en uitgebreid relevante literatuur bestudeert. Het rapport biedt een goed en vrij compleet beeld van de overzicht van de structuur van het beroepsonderwijs. Zeer nuttig dus als je een echt goed inzicht wilt verwerven in de sector beroepsonderwijs. Daarnaast behandelt het rapport een aantal belangrijke thema's en vraagstukken die op dit moment in het beroepsonderwijs uitterst aktueel zijn. In het afsluitende hoofdstuk komt Renée van Schoonhoven tot een tweetal nader te onderzoeken kernthema's: (1) de overheidsverantwoordelijkheid ten aanzien van het beroepsonderwijs en (2) de rol van het bedrijfsleven en van marktwerking in het beroepsonderwijs. Voor beide thema's beschrijft ze een tweetal onderzoeksactiviteiten.

Op 30 september wordt door de werkgroep beroepsonderwijs van de Nederlandse Vereniging voor OnderwijsRecht een symposium georganiseerd waarin de functie van het beroepsonderwijs in het onderwijsstelsel uitgebreid aan de orde komt.

    Klik hier om het rapport te bestellen.

 

Handreiking samenwerking arbeidsmarkt - mbo

Zowel onderwijsinstellingen, als ondernemers en overheid (de ‘drie O’s), zijn het erover eens dat het om diverse economische en maatschappelijke redenen belangrijk is om te werken aan gezamenlijke verbetering van de aansluiting tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt. Ook landelijk wordt dit in tal van nota’s en afspraken aangegeven.Deze rapportage is gebaseerd op een brede inventarisatie van voorbeelden en do’s and dont’s door middel van deskresearch, door de genoemde zes regionale informatie- en uitwisselingsbijeenkomsten en door een laatste verdiepingsslag in de vorm van nadere research met betrekking tot thema’s en voorbeelden waar de belangstelling van de mboinstellingen vooral naar uit ging.

In Hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de wijze waarop bestuurlijke samenwerking tussen de drie O’s gestalte krijgt en wat daarbij belangrijke opletpunten zijn. De drie O’s dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de werking van de arbeidsmarkt in het algemeen
en de aansluiting tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt in het bijzonder, zodat het zaak is om goed te kijken hoe de samenwerking zo effectief en ook zo efficiënt mogelijk gestalte kan krijgen. Hoofdstuk 3 is gewijd aan gegevens over arbeidsmarkt en economie
als basis voor gerichte gezamenlijke agendavorming, waaronder het opleidingsbeleid van het mbo. Mbo-instellingen hebben te maken met snelle ontwikkelingen op beide fronten. In Hoofdstuk 4 wordt vervolgens ingegaan op samenwerking en afstemming
tussen mbo-instellingen onderling en tussen het mbo en de overige partners in de beroepskolom (vmbo en hbo) bij het vormgeven en uitvoeren van het opleidingsaanbod. Hoofdstuk 5 bevat beschouwingen over en voorbeelden van de wijze waarop gezamenlijke
agendavorming en strategiebepaling in de regio concreet is vertaald naar gezamenlijke arrangementen voor jongeren, werkenden en werkloos werkzoekenden. Hoofdstuk 6 bevat tot slot een samenvattend overzicht van de belangrijkste adviezen aan de mbo-instellingen
in deze handreiking.

Adviezen:

Vergroting effectiviteit en efficiency samenwerking (H2)
1. Samenwerking op het terrein van arbeidsmarktbeleid betekent je bewust zijn van een omgeving die steeds verandert en waarbij niemand de baas is: het gaat om intensieve netwerksturing en alliantievorming in plaats van hiërarchische sturing.
2. Zorg op basis van een goede netwerkanalyse voor een zorgvuldige multichannelbenadering in de samenwerking: de juiste personen op het juiste niveau aan tafel.
3. Vergroot lerend vermogen en effectiviteit door toepassing van de beleidscyclus.
4. Creëer slagkracht door een goede bottom up en top down vertaling tussen strategisch, tactisch en operationeel niveau (tussen en binnen de drie O’s). Daarbij is het zaak de ‘externe beleidscyclus’ te koppelen aan de ‘interne P&C-cyclus’.
5. Investeer in informatie (transparantie in vraag- en aanbodcijfers en in contacten) als basis voor gefundeerde agendavorming. Daarbij gaat het ook om kennisdeling en communicatie. Ook over reële verwachtingen over wat partijen (inclusief het mbo) wel en niet kan leveren
6. Zorgen voor een ‘motor van de beleidscyclus’, zoals het programmabureau van Regio Twente dat voor het POWI verzorgt en het RPA Stedendriehoek in die regio.
7. De uitwerking van het BPV-protocol en de Intentieverklaring over het sectorbeleid en de positionering van de Kenniscentra vindt landelijk plaats. Gelet op het belang en de afhankelijkheid die hiermee gemoeid is voor mbo-instellingen, adviseren we hen om daar zo intensief mogelijk bij betrokken te zijn en waar mogelijk in te spelen op beide kansen.

Arbeidsmarkt en economie als basis voor beleid (H3)
8. Gerichte agendavorming op basis van goede informatie, als onderdeel van meer resultaat- en vraaggericht werken, is een essentieel onderdeel van de beleidscyclus. Gerichte agendavorming (beleidsvoorbereiding) en beleidsbepaling in de regio kan alleen op basis van gedegen informatie. Cijfers, arbeidsmarktanalyses en economische ontwikkelingen en speerpunten dienen hiervoor als basis. Het is voor scholen van belang om te zorgen voor inzicht in de vraag van de arbeidsmarkt en economie, zodat zij hun aanbod daarop zoveel mogelijk kunnen afstemmen en proactief hun bijdrage aan de bevordering van de regionale economie verder te vergroten.
9. Het UWV is te benaderen voor regionale arbeidsmarktanalyses, voor korte en middellange termijn. Het lopende verbetertraject, waarbij het mbo als een specifieke afnemer van op maat arbeidsmarktinformatie wordt gezien, is voor het mbo een belangrijke ontwikkeling om goed te volgen en maximaal op in te spelen.
10. Op dit moment is het zaak om zoveel mogelijk te investeren in inzicht in en gebruik van de al bestaande regionale bronnen, zoals die van UWV (zie de genoemde basisset) en de bestaande regionale monitoren zoals RAIL, Monitor Twente. Veel mboinstellingen doen dit al als onderdeel van hun marketing en als basis voor werving en studie- en beroepskeuzevoorlichting.

Planning van en afstemming over opleidingsaanbod (H4)
11. Wees je bewust van de betekenis en verantwoordelijkheid die het mbo met zijn brede infrastructuur en mogelijkheden heeft voor de economie en voer gericht beleid (als comaker) om de bijdrage van het mbo aan het formuleren en uitvoeren van de
economische agenda verder te vergroten. Met andere woorden: kies voor een sterkere gerichtheid op de economische regionale agenda.
12. Versterk waar nodig en mogelijk organiserend vermogen en slagkracht om snel en vraaggericht op basis van de behoefte van de arbeidsmarkt en economie te zorgen voor een passend opleidingsaanbod en voor het opzetten van arrangementen en innovaties.
13. Naast de studenten wordt de tweede belangrijke klantgroep van mbo-instellingen gevormd door de afnemers van studenten: het bedrijfsleven. De vraaggerichtheid en efficiency kan worden vergroot door als mbo-instellingen meer onderling af te stemmen over het spreiden van opleidingen bovenop de basisinfrastructuur die voor iedere regio beschikbaar moet zijn (specialiseren bovenop de basis). Er moeten keuzes worden gemaakt die passen bij de regionale en nationale economische context, waarbij het onder meer gaat om het vormen van innovatieclusters met bedrijfsleven, wo, hbo, mbo en vmbo.
14. Mbo-instellingen kunnen op basis van de toekomstige vraag in de regio, zowel kwantitatief als kwalitatief, hun opleidingen afstemmen met andere mboinstellingen en in de beroepskolom. Kwantitatief om te voorkomen dat er te veel opleidingsplekken zijn in verhouding tot het aantal studenten, of dat er te veel studenten afstuderen in een bepaalde richting of juist te weinig. Kwalitatief om er voor te zorgen dat de opleidingen aansluiten bij de vraag van de werkgevers en binnen de beroepskolom. In krimpregio’s, maar ook in andere regio’s is (economische agenda, macrodoelmatigheid, optimaal bedienen van gezamenlijke opdrachtgevers) op dit moment al sprake van toenemende samenwerking en afstemming van het opleidingsaanbod.
15. Na de economische crisis is er over enkele jaren weer een tekort aan goed opgeleide arbeidskrachten. Daarbij is nadrukkelijk aandacht van het mbo voor de voor de economie cruciale tekortsectoren nodig.
16. Het opleidingsniveau van werkenden moet omhoog. Leven lang leren is van eminent belang voor de (regionale) economische positie en ontwikkeling. Het is de rol en verantwoordelijkheid van het mbo om daar maximaal aan bij te dragen. In hoofdstuk 5 staan een aantal voorbeelden.

Aanbevelingen en aandachtspunten bij de keuze en inrichting van arrangementen (H5)
17. Pas de lessen en ervaringen van mbo-instellingen en andere organisatie bij (publiekprivate samenwerking) als genoemd in paragraaf 5.4 consequent toe.

Klik hier voor de volledige tekst van de handreiking samenwerking arbeidsmarkt - mbo.

 


 
Website-homepage_contact